CROCUSRIT                        
(TWAC-Nieuws juni 1980, nr 5, Harrie Wegdam)         Verslag van de Crocusrit, verreden op 30 mei 1980
     
Toen de datum van de Crocusrit naderde, bleek dat er in de sportcommissie ergens een misverstand had plaats gehad. Er was geen uitzetter en op korte
termijn kon er geen gevonden worden. Goede raad was duur.    
Toen schoot Pouwel Luning iets te binnen. Op een avond hadden we samen zijn traject van de laatste Stoppelrit bekeken. Tussen neus en lippen door
liet ik me ontvallen, dat ik in de afgelopen winter tijdens een periode van gedwongen huisarrest, een clubritje in elkaar had gedraaid. Plaats van handeling:
de gemeente Ambt Delden, rondom de kerkdorpen Hengevelde (mijn geboorteplaats) en Bentelo.    
Wat deed Pouwel nu? Huize Wegdam bellen! Grote pech! Ik lag in het ziekenhuis. Gelukkig kon ik mijn vrouw uitduiden waar de betreffende map lag.
Snel nog met een suffe kop een paar veranderingen aangebracht en een kort reglement toegevoegd. Jan Dickmann werd op het spreekuur ontboden en
hij was de man die alles doorspeelde aan Jan Heimerink en Henk Kolhoop, die bereid waren gevonden de verdere afwerking en uitvoering op zich te
nemen. Zonder enig contact met mij hebben ze de opzet van de rit begrepen en uitgewerkt met hier en daar nog een eigen inbreng.  
     
Intussen was ik uit het ziekenhuis ontslagen en meldde me, samen met mijn broer Jan, voor een controlepost in dit voor ons zeer bekende gebied.
Omstreeks half acht maakten we onze opwachting aan de starttafel. Van Henk Kolhoop kregen we twee vlaggen met een stempeldoos alsmede een
fotokopie met één ingetekend vlaggetje. Daar was onze post, in de buurtschap Wiene ten zuiden van het Twente-Rijnkanaal. Om precies te zijn: aan de
weg naast de letter W van Kieftenweg.    
     
We bestelden nog vlug een kop koffie. Daar kwam Jan Konink al binnen, heel goed gehumeurd, want hij had zijn kunstbenen thuis gelaten (houen zo,
Jan!). Voor mijn broer Jan was hij geen onbekende. Beide Jannen kennen elkaar via een andere sport, namelijk de jachtsport. Als volslagen leek op dit
gebied liet ik ze maar kletsen. Het ging over de bokkenjacht, een geduldswerkje. Zou Jan vanavond nog een bok schieten? Wie weet! Aan de bar werd
het verhaal beklonken met een Jägermeister.    
     
Om acht uur vertrokken we, tegelijk met de eerste deelnemer. Onderweg zag ik al in enkele verborgen hoekjes een controlevlagje wapperen. Was dit nu 
het gebied waar we ca. 60 jaar geleden onze eerste ontdekkingstochten deden? We voelden ons als katten in een vreemd pakhuis. We konden bijna geen
aanknopingspunten meer ontdekken. Tot ons twaalfde jaar hadden we hier op een boerderij onze vakanties doorgebracht. Jan op een boerderij in de
kniebocht van pijl 5 en ik op de eerste boerderij in pijl 4, het Erve Maatkotte. Bij het uitzetten van een rit heb je er nu nog voordeel van. Waar zijn de
kleine, eenvoudige, bijna armoedige boerenhuisjes gebleven, die vroeger achter ons op een rijtje langs de mulle zandweg lagen? Ze zijn veranderd in
mooie bungalows, geflankeerd door grote schuren voor het weidevee en de bio-industrie. Waar zijn de heidevelden met de vennetjes, de kleine dennetjes
waaruit we de katekers (eekhoorntjes) als rijpe appels naar beneden schudden om ze vervolgens onder onze op de grond uitgespreide jasjes te vangen?
Niets van dat alles!    
     
Een klein eindje hiervandaan hebben we op een zondagmiddag in een kleine duiker onder de zandweg een haas gevangen. Het opgejaagde beest had
zich hierin verscholen. Via de verse voetafdrukken in de pas uitgediepte droge sloot konden we zijn spoor volgen. Met behulp van een lange bonenstaak
en veel geschreeuw vloog het dier in de zak, die mijn broer aan het andere einde over de duiker had gespannen.    
Recht voor ons zien we niets anders dan maisvelden en weilanden. We zijn vreemden geworden in onze eigen geboortestreek.    
     
Het zwarte puntje onder de naam Bolscher doet ons denken aan Hutten Kloas, een dief, rover en moordenaar, die op de markt in Oldenzaal geradbraakt
werd om vervolgens op het galgenveld buiten Oldenzaal naast de lijken van zijn vrouw Aarne en zijn zoon Jannes opgehangen te worden. Als een film
trekt alles aan ons voorbij, waarbij enkele uitgesproken typen ons doen brullen van het lachen. Das war einmal!    
     
Daar komt om de hoek de eerste deelnemer aan; ca 100 meter vóór ons wordt even gestopt om nog enkele controleletters te noteren. Achter het stuur
zit Jan K., glimlachend, rustig naast hem Gerard Sanderink, nauwelijks opkijkend, puzzelend. We doen snel ons werk: stempel M plus ex aequo.
"Alstublief heren, veel succes!". "Dank je, tot straks, we komen nog terug". Dat klopt. Ze melden zich nog een tweede en derde keer. Ze weten dat het
oppassen is bij een bemande controle en haasten zich niet. Op dit hoekje van de kaart zijn bij vroegere ritten slachtoffers gevallen. Jammer dat Herman
Smit afwezig is. Minstens twee keer heb ik hem hier te grazen gehad!    
     
Na drie keer stempel M gaat het via een omweg naar pijl 7. Hierna weer de op één na kortste route naar pijl 8. Tussen de twee laatstgenoemde pijlen
staat onze controle, die klaarblijkelijk een geheimzinnige aantrekkingskracht uitoefent op de deelnemers. Van de acht A-rijders melden zich 6 stuks voor
de vierde stempel M. Fout! Ger Jansen en ik geloof Wim Meijer vonden hier de goede oplossing en lieten ons, op de kruising achter onze rug, links
liggen. Een pluimpje!    
     
In Bentelo stonden de heer en mevrouw Dickmann ijverig de stempel C uit te delen. Enkele C-klassers kwamen van de verkeerde kant, dus dubbele C.
De A- en B-klassers konden op de heenweg deze controle ontlopen.    
Tussen de pijlen 9 t/m 12 moest telkens opnieuw uitgezet worden met keren? Niet keren? Keerlusjes? Kaartlezers met een zekere reputatie gingen hier
voor de bijl. Wie vergat pijl 12 te rijden? Wat een mazzel! Geen controle! Tussen pijl 14 en 15 reden enkele deelnemers het keerlusje met de controles F
en Y enz.. Alleen F was voldoende en dan op de viersprong rechtdoor. Die was korter.    
     
Tussen pijl 1 en 2 pakten enkelen de controle P in het keerlusje. Fout! Deze letter kwam pas na de laatste pijl aan de beurt. Na pijl 3: de oude weg liep
tussen de boerderijen door. Is vervallen. Dus rechtdoor, letter G en bij R keren; op de terugweg doorrijden tot achter de boerderijen: letter H. Keren en
dan weer letter G.    
     
Tot mijn verbazing ontdekte ik op de fotokopie op de kruising aan het begin van pijl 8 een nieuw kerkdorp met zijstraten en kerk. Een geintje! Van wie?
Goed gedaan!    
     
De equipe Leistra-Prein wordt kampioen in de C-klasse en gaat dan de B-klasse versterken. Aan Leo van Glabbeek was te merken dat je veel leert van
het uitzetten van een rit. Leo en Eric Lentz eindigden als nummer 3 in de A-klasse. Geen woorden maar daden. De plaatsen 1 en 2 werden via de ex-
aequo beslist in het voordeel van Pouwel Luning en Gerard Morssinkhof. Ga zo door!    
     
Voor ons was het een mooie mei-avond, een mooie controle met mooie herinneringen. Na afloop was de stemming best, het bier smaakte goed en Jan
Heimerink en Henk Kolhoop hadden hun uiterste best gedaan om deze rit te doen slagen. Ik hoop dat ik aan de wens van de redactie heb voldaan. Ik
weet Wim, dat je razend druk bent en graag copy ontvangt. Jammer, dat je beroepshalve verhinderd was.    
     
Controle M