VERSLAG WILDRIT 28 NOVEMBER 1987                    
(TWAC-Nieuws dec 1987 nr 9, Gerard Dickmann)                    
   
JACHTSCHILDERINGEN  
   
Gekleed in verwilderd Jäger, getooid met jagershoed en voorzien van jagersmes en -tas, arriveerden wij zaterdag 28 november in onze Jaguar bij jachthuis Fort
Kamp voor de jaarlijkse slipjacht van onze jachtclub, uitgezet door Jägermeister Pouwel Luning.  
   
Eenmaal binnen werden we wild enthousiast door de jachttaferelen langs de wanden van dit jachtgoed: wildebeesten, te kust en te keur, keken je met wilde
blikken aan. Het doek 'De Jachtwacht' viel op door de jagende hagelwolken uit het jachtgeweer van een rokkenjager. Wildgebarend wees iemand ons op de
wildspreuken van de Fransman Wil Debràs:  'Wildwest, thuis best!'  en  'Waar een wilde is, is een weg'.  
   
Na het uitreiken van de jachtkaart (volgens goed jachtgebruik overhandigd op vertoon van de jachtakte) gingen we rond half negen onder wildgezang jachthalzend
met de meute (onder wie Wilde Mien en Wildhelm) op jacht. Reeds na een paar kilometer werden ons de stuipen op het lijf gejaagd: welk jaagpad is hier de op
één na kortste wildweg? Ongewild trapten we daarbij in een wildval; een S(cherp gepeperde haas) bleef buiten schot.  
   
Na jaagpad 4 schoten we bij toeval, door een wilde ruk aan het stuur, een D(uifje) aan terwijl we vlak voor jaagpad 10 een F(azant) in ons vizier kregen.
   
Omdat water voor wild wildvreemd is besloten we geen gebruik te maken van de wildbrug over het kanaal; achteraf bleek dat daar een jachtige E(end), volgens
ons gestolen wild, het hazepad had gekozen. In 't wildhout ontdekten we nog een in het wild groeiend K(onijn) en op wildbaan 14 schoten we in 't wilde weg op een
T(amme patrijs). Daarmee was al ons kruit verschoten zodat we maar terugjakkerden naar de veilige jachthaven van het Fort Kamp, waar we werden getrakteerd
op heerlijke jachtsnert, die als soep naar binnen ging.
   
Ondertussen werd in de wildroom van het fort het gejaagde wildsgewijs uitgestald; kortom, wildbraad, jachtschotels, wildpasteitjes en wildsausjes naar wildenkeur.
Bij het zien van dit alles kon je (het) wild ruiken. De enige die een vreemde wildsmaak in zijn mond kreeg bleek onze penningjager want zijn adem ging jagend.
Voelde hij zich misschien op kosten gejaagd?
   
Tegen een uur of elf kon de jachthoorn worden geblazen en het aangeschoten wild worden geteld. Onder het slaken van allerlei jagerstermen reikte de wildmeester
vervolgens het zeer gewilde vlees aan eenieder uit. In onberispelijk jagerslatijn bedankte hij de jagermeester, diens jachtopzieners, broodjagers, zondagsjagers,
straaljagers en overige beunhazen voor de uitstekende en wildrijke tocht door de wildernis van Tubbergen. De overwinning voor het jagersduo Gerard Morssinkhof
en Herman Smit was overigens wildverdiend.
   
Alphard
Wild u nog meer?
   
   
   
JAGERSLATIJN                          
(TWAC-Nieuws okt 1997 nr 5)
   
Je hebt voor- en tegenstanders van de jacht. De jagers zijn er voor, de hazen en konijnen zijn er tegen, op een paar beunhazen na, die kan het niet schelen want die
blijven toch buiten schot.  
   
Heel belangrijk bij de jacht zijn de drijvers. Dat zijn mensen die door de jagers het bos ingestuurd worden. 's-Avonds, als de jacht wordt afgeblazen, wordt eerst het
geschoten wild geteld en dan de drijvers, want ieder schot is nog geen haas. Aangeschoten wild komt gelukkig niet vaak voor, wel aangeschoten jagers, want die leggen te vaak aan.
leggen te vaak aan.
   
Het geweer van een jager is enkelloops of dubbelloops. De jachthonden zijn alleen loops als de tijd daar rijp voor is.
   
Jagers zijn onder te verdelen in 5 groepen:  
- broodjagers: dat zijn warme bakkers met een jachtvergunning;  
- rokkenjagers: dat zijn warme bakkers zonder jachtakte;  
- zondagsjagers: dat zijn bakkers die door de week geen tijd hebben;  
- hoerenjagers: dat zijn bakkers waarbij het als de wilde konijnen aan toe gaat;  
- straaljagers: dat zijn geen bakkers.  
   
Een heel voornaam jagersattribuut is het veertje op de hoed van een jager. Daaraan kun je zien uit welke hoek de wind waait, een zogenaamde windveer.
Een jager met een slecht oog kan rustig schieten, want als hij richt moet hij toch een oog dichtknijpen. Een jager met twee slechte ogen mag beide ogen dichtknijpen.
Er zijn veel mensen die het verschil niet weten tussen een houtduif en een kleiduif. De één is van hout, de ander van klei.
   
Jagers die met een hond jagen lopen met een fluitje, jagers zonder hond ook. Andere muziekinstrumenten die bij de jacht horen zijn de jachthoorn en van de kant van de hazen de fluitefluit en de trommel. Bij de eendenjacht wordt vaak gebruik gemaakt van de lokeend. Dat is een eend die zijn hele familie laat overkomen om ze er bij te lappen.
   
Jagers kennen verschillende soorten hagel: de grove hagel, de fijne hagel en de hagelslag.
Als een jager zichzelf eerder ruikt dan het wild dat kan, dan staat de wind verkeerd.
Het kenmerk van een haas is dat hij springt en van een konijn dat hij huppelt. Het meeste dat er loopt in een bontjas van een haas of een konijn, tippelt.
Het zogenaamde donderjagen heeft met de jacht niets te maken, wat natuurlijk niet wil zeggen dat jagers niet kunnen donderjagen.