VERSLAG STOPPELRIT (VAN EEN 'VLAGGENIST')                
TWAC-Nieuws augustus 1993 nr 4, Alphons Dickmann                  
                           
Wel, wat staat je te wachten als je eigen navigator toezegt het eerste deel van de Stoppelrit te zullen uitzetten? Nou, dan huurt hij je ongevraagd in en
bombardeert je tot routechef van zijn gedeelte. Een waarachtig voornaam klinkende functie, maar inhoudelijk staat het synoniem voor 'klusjesman' of
zoals het hierboven genoemde 'vlaggenist'. Had hij voor de aardigheid ook nog het eerste deel, dus dat betekende zo rond zes uur opstaan om, na een
vluchtig' ontbijt en gewapend met schop, dakpannen, hamer, plakband, touw, spijkers, een kuub aan houtjes en veelal oranje lakens katoen, koers te
zetten richting ''t Land van Huttenkloas'. De aldaar bereikte omgeving diende in ijltempo voorzien te worden van diep in het gras weggestoken scherp-
rijders, op- en onopvallende valstrikken, weggemoffelde vlaggetjes en alle kanten op wijzende TWAC-pijlen. En af en toe zelfs ... een normale controle-
vlag.    
     
Tegen de tijd dat ik gereed was, waren de eerste equipes reeds onderweg. Kon ik mooi even gaan kijken bij de bemande controles. De eerste werd
bemand door mijn jongere broer, die met een lieftallige slanke dame (al weer een andere, Louis?) en een zeer vertrouwde VW Golf 1600, de voorbij-
suizende equipes voorzag van stempels en een enkeling terloops een briefje in de handen duwde. Na een praatje en met ten afscheid "ik zie jullie (?)
later nog wel" vervolgde ik mijn weg richting zuslief.    
     
Bij Maria aangekomen was het een drukte van belang. En tot mijn niet geringe verbazing kwam zelfs de geestelijkheid uit Oldenzaal langs om een kruisje
te brengen dan wel om een stempeltje te halen. Schijnbaar heeft het missiegebied van Oldenzaal (Nederland missieland volgens de laatste bisschoppen-
conferentie in Rome) weer vormen aangenomen als destijds in de middeleeuwen.    
Mijn zwager Henny was ook aanwezig en mocht u hem terzijde hebben opgemerkt: hij hield zich in een luie stoel actief bezig met één van zijn hobby's,
het observeren van de vogeltrek over de akkers in het voorjaar.    
     
Op naar post 3, waar Lenie en Jan (mien va) het lastiger hadden met het ontwijken van een mestregen uit een giertank dan met regulier controlewerk.
Nadat u dus op deze wijze vrijwel mijn hele familie hebt leren kennen - Gerard vond het iets te dol om bij m'n andere zus in Uden een controle te
plaatsen - heb ik me ten noorden van Hengevelde verdekt opgesteld om te kijken hoe de equipes aldaar het probleem van de verlegde weg en de juiste
voortgang probeerden op te lossen. Werd controle 6, in de berm onder een fraai bouwsel, wel of niet gezien? En al doe je niet mee, dan is het toch
genieten geblazen!    
     
De morgen was voorbij, het eerste deel grotendeels afgelegd, dus kon die kuub hout de auto weer in. Relaxed bereikte ik vervolgens het tweede deel
van de rit, uitgezet door Johan Douwenga.    
Bij toeval belandde ik bij een bemande controle. Aanwezig een rode Golf, mijn broer Louis (bijgenaamd Stoppel, en daarvoor moet u het verslag van de
Stoppelrit van 1958 uit het archief opdiepen) en een slanke dame die hem gezelschap hield, en ... zowaar dezelfde als voorheen. "Leuk dat ik jullie beide
weerzie", dacht ik nog even, maar zei gewoon "hallo".    
     
Samen met gids en routechef tweede deel Toon Klomp ging het richting laatste VTC. En dat dit een bemande post was kon ik niet ontkennen. Een heel
scala aan TWAC-functionarissen was aanwezig: Hendrika, Henk, Frits, Johan, Harrie en de aanstormende TWAC-jeugd. Markant was dat het aantal
strafpunten van de ingenomen controlekaarten reeds was berekend alvorens de bestuurder zijn voet op het gaspedaal had kunnen zetten. Verantwoor-
delijk hiervoor waren Harrie en Henk, waarbij Henk tot mijn opluchting de telling verzorgde.    
     
Het obstakel van de Batavierenloop deed zich helaas wel voor, maar doordat mijns insziens lopers, fietsers en autorijders de nodige voorzichtigheid
betrachtten bleven nare incidenten uit. Rond Ootmarsum zijn wij (de redactiequipe) wel anders gewend.    
     
Dat Johan Douwenga bekwaam is in het wegzetten van veel vlaggen op weinig vierkante meters bleek even later. De controles F, 8, G alsmede een
dwangpijl staan alle rond een boerderij gegroepeerd, dus op zo'n 10 bij 10 meter.    
     
De Finish werd verzorgd door een ontspannen Gerard Morssinkhof, die vanwege het mooie weer de Golf van zijn vrouw (?) had omgetoverd tot een
heuse cabriolet.    
In café Assink was het wachten na de gebruikelijke protestprocedure op de voorlopige en definitieve uitslag. En dat wachten was nauwelijks wachten te
noemen, want daar staan we als TWAC onderhand bekend om. Onder aanvoering van Frits van Ooijen, ja je ziet hem niet maar hij is er wel degelijk,
konden de deelnemers met de uitslag in de envelop huiswaarts keren. Wellicht dat equipes, althans zij die in het bezit zijn van een boordcomputer of
autotelefoon, een volgende keer tijdens de rit de tussenstand desgevraagd kunnen vernemen.    
     
En zo gaat een Stoppelrit ten einde. Terwijl wij op de parkeerplaats tegenover het café zwetend vlaggen bundelen en de hele mikmak inpakken, genieten
Henk (Jongman), Jaap (Jongman), Jan (Kwint) en Ton (Povel) nog van een pilsje op het terras. Ik kijk een moment jaloers, maar ach, dat hebben die
jongens ook wel verdiend.    
     
Vervolgens vlot naar de Kolhoopsdijk gereden, waar alle benodigde attributen weer in het moderne, goed geoutilleerde magazijn kunnen worden gestald
en Henk, hoog op de trekker zittend, oons belaangstellend vrug "hoo 't was goan en wee d'r wunnen hat". Nouw, wie hebt oons vurhaal e'doan en dat
he'w!